PASOLINI: ‘IK BESTA ALS KRACHT VAN ‘T VERLEDEN.’

René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.

Vaders en zonen

Radio Libertaire: René, ik heb in je laatste boek de alomtegenwoordigheid van het thema van de jeugd en de utopie in het werk van Pier Paolo Pasolini ontwaard.

René Schérer: Ik zou willen zeggen dat dit boek een collectief werk is dat ik geschreven heb samen met Giorgio Passerone, één van mijn collega’s, professor Italiaanse literatuur aan de universiteit van Lille. Het bestaat uit twee afzonderlijke delen, die dus niet gemeenschappelijk zijn, zoals dat voor bepaalde werken van Deleuze en Félix Guattari of ook van Guy Hocquenghem en mijzelf het geval was. Niettemin kan men er een vorm van dialoog in herkennen: Giorgio herneemt in zijn deel een aantal thema’s die ik in het eerste deel behandeld heb en die betrekking hebben op de actie, het verzet en de artistieke creativiteit. Als specialist in de Italiaanse literatuur benadrukt hij vooral de alomtegenwoordigheid van Dante en van de ‘Goddelijke Komedie’ in gans het werk van Pasolini. Maar, om op jouw vraag te antwoorden: het is juist dat het essentiële van zijn werk vooral gewijd is aan de verheerlijking van de jeugd en aan zijn liefde voor de jeugd, terwijl er een zeker wantrouwen of een argwaan tegenover de figuur van de vader heerst, dat zeer goed in enkele woorden samengevat wordt in een zeer korte tekst: ‘De vaders, weet je, zijn allen machteloos. Wat hun uitdrukking of hun gedrag ook moge zijn, er valt niets anders over hen te lezen dan het niet aanvaarde bewustzijn van hun machteloosheid. Nemen we de meest voorkomende gevallen, d.w.z. die waarin de vader weet dat hij machteloos is en die waarin de vader het effectief ook is. In het eerste geval is de vader haast belachelijk, zo groot is zijn nederige passiviteit voor de opeenhoping van fenomenen waarmee hij niet wil weten dat zijn zoon, adolescent, reeds een schaamteloze volwassene is en terzelfder tijd toch zo zuiver, en op zoek is, en brood, harmonie, liefde, leven verlangt. Een dergelijke vader die doet alsof er niets gebeurd is en alsof zijn werk het enige is wat belang heeft. Hij doet ook – volkomen terecht – alsof de activiteit van zijn gezinslid op de achtergrond moet blijven, achter de belangrijke sociale engagementen, die met zijn grote parlementaire democratie genomen worden. Arme oude man die verzuipt zonder zich te weren. Aan wie de zoon antwoordt: “Ik herhaal: je wilt je grenzen verleggen, maar ik zal je niet volgen.”’

Rene Schérer: De wereld van Pasolini bestaat uit vaders en zonen. Hij heeft zich altijd als zoon opgevat, zelfs toen hij op een gegeven moment tot de generatie van de vaders behoorde. Dit belette hem helemaal niet om op de jeugd een zeer kritische en ontgoochelde blik te werpen. Bijvoorbeeld in zijn prachtige postume roman ‘Olie’ beschuldigt hij hen in uiterst harde, gewelddadige en ironische termen ervan zich te hebben laten opsluiten in de val van de consumptiemaatschappij, deze nieuwe vorm van kapitalisme die volgens hem een ware hel betekent. De jeugd als dusdanig, als object van liefde en van leven in zijn onophoudelijke vernieuwing, vormt in feite bij Pasolini een essentieel en overigens fundamenteel erotisch thema. Hij heeft het niet over een abstracte jeugd maar wel over een jeugd als voorwerp van liefde. Hij heeft overigens nooit een geheim gemaakt van zijn homoseksualiteit, hij kwam er openlijk voor uit en was er zich volkomen van bewust dat hem dat in de maatschappij, en evenzeer in de literatuur, zou marginaliseren.

De eeuwige atheïst

Radio Libertaire: Het werk dat het best je mening illustreert en ongetwijfeld het best in Frankrijk bekend is, is zijn film ‘Theorema’. Kun je ons iets meer vertellen over zijn symboliek?

René Schérer: Dat is een complex werk, misschien ook moeilijk, dat al onmiddellijk bij de lancering een grote weerklank vond. Het gaat over een haast goddelijke gast die in een burgerlijk gezin opduikt en die het, enkel maar door zijn aanwezigheid, enkel maar door zijn schoonheid en zijn lichamelijke liefdesuitingen, revolutioneert. De film werd gedraaid in 1968 en bekleedt een plaats binnen die grote revolutionaire beweging. Het is eveneens een scharniermoment in zijn werk, in vergelijking met zijn vroegere werken als ‘Accatone’ of ‘Mama Roma’, die personages of situaties uitbeeldden in het verlengde van het Italiaanse neorealisme. Met ‘Theorema’ opent dat deel van zijn filmwerk dat voornamelijk georiënteerd zal worden op de allegorie, terwijl de situatie de beschrijving overstijgt en ons het domein van de mythe als echte realiteit binnenleidt. Waardoor, onder meer, deze film een wat aparte plaats in zijn werk inneemt, en dat overigens erg dubbelzinnig is, juist door de aanwezigheid van deze haast goddelijke gast… Men had de indruk dat het een katholieke film was! Een grote vergissing, zo legt Giorgio Passerone uit: ‘Het geloof van Pasolini is steeds een atheïstisch geloof geweest, zelfs indien er verwezen wordt naar de joods-christelijke religies.’ Een sacraliteit van het leven dat eveneens voorkomt in een tekst met als titel ‘De religie van mijn tijd’, uit zijn ‘Jeugdgedichten’, die dikwijls geïnterpreteerd werd in de zuivere religieuze betekenis zoals men dat gewoonlijk opvat, zoals alles wat mythisch en sacraal is bij Pasolini en dat veeleer, om de uitdrukking van Giorgio Passerrone te hernemen, als atheïstisch geloof zou moeten betiteld worden. De institutionalisering van de Kerk en van de religie, die in ‘San Paolo’ bevoorbeeld in een dubbel beeld uitgedrukt wordt, wordt door Pasolini totaal afgewezen. Het was door een misverstand dat zijn films door de Katholieke Filmdienst bekroond werden. Ik ben ervan overtuigd dat de religieuzen zich in hun vingers gebeten hebben toen ze op een goeie dag inzagen dat Pasolini niet iemand was die zich op de een of andere manier bij de pontificale orde van Rome of bij de christelijke godsdienst zou aansluiten, dat is iets wat als een paal boven water staat.

Seks als revolutionaire daad

Radio Libertaire: Als we de film op z’n eerste niveau bekijken, kunnen we dan zeggen dat daarin seks als een revolutionaire daad opgevat wordt?

René Schérer: De seksuele relaties die de jonge gast met de verschillende gezinsleden heeft zijn een erg verbazingwekkende vorm van ‘gastvrijheid’, die erg doet denken aan Pierre Klossowski, door wiens ‘Les lois de l’hospitalité’ Pasolini zich heeft laten inspireren, maar die hij in een veel breder en een veel kleurrijker kader plaatst, vind ik. Zijn visie van een revolutionaire seksualiteit verschijnt, strikt genomen, een klein beetje later in wat hij ‘de Triologie van het leven’ genoemd heeft, en dat gevormd wordt door ‘De Decamerone’, ‘De Canterbury Tales’ en ‘Duizend-en-een Nacht’, films die uit boeken voortsproten, die niet langer meer een mythisch karakter hadden, maar zeer volks waren, en waarvan hij een revolutionaire interpretatie gegeven heeft en een beeldvorming die zeer merkwaardig was voor de eigentijdse cinema. Er zit een grote stoutmoedigheid in de uitbeelding van de naakten, van de lichamen en, als we momenteel deze triologie bekijken, is ze helemaal niet verouderd en komt ze ons daarentegen als echt revolutionair voor.

Radio Libertaire: In je boek zeg je dat de seksuele relatie slechts een ‘schijn’ is, en onvoldoende is om revolutionair te kunnen zijn. Wat ontbreekt er dan aan?

René Schérer: De seksuele bevrijding die Pasolini bekritizeert met de trem ‘permissiviteit’ is een ‘bevrijding’ met commerciële bedoelingen die op radio en tv gepropageerd wordt. Een vorm van seksualiteit die hij vooral in ‘Olie’ verfoeit en waarvan hij een afschuwwekkend beeld geeft in zijn laatste film, ‘Saló op de 120 dagen van Sodom’. Voor Pasolini wordt daarentegen de reddingbrengende seksualiteit, als we dat zo mogen noemen, een seksualiteit die de kracht van een revolutionair leven in zich bergt, gevormd door een seksualiteit die hulde brengt aan de schoonheid van de lichamen, en aan de veelheid van seksualiteitsbelevingen, van de homoseksualiteit. In ‘Duizend-en-een Nacht’ komen scenes voor die men momenteel onmogelijk kan opnemen, omdat Pasolini toont wat misschien het wezenlijke en het toppunt van de seksualiteit is: het lichaam van adolescenten. Iets wat momenteel een beetje taboe is en uit de cinema gebannen wordt, terwijl het in deze ‘Triologie van het leven’ voortdurend aanwezig is.